Milieudienst DCMR rolt groene loper uit voor verduurzaming industrie

13.09.21

De voorbereidingen voor de eerste 32 kilometer waterstofleiding van HyTransPort, van de Maasvlakte naar Pernis, verlopen volgens plan. Milieudienst DCMR onderzoekt nu de verwachte effecten op het milieu van alle waterstofplannen in de regio. Axel Pel, Programmamanager Verduurzaming Industrie van DCMR vertelt hoe de Rijnmondse milieudienst tegen de komst van de pijpleiding en tegen waterstof als groene brandstof aankijkt. “Wij rollen de groene loper uit voor duurzame initiatieven.” 

Is de komst van waterstof eigenlijk wel nodig?

“In 2050 wil Nederland een energiesysteem zonder CO2-uitstoot. We moeten dan van de fossiele brandstoffen af zijn. De vraag naar energie is groot. Daarin kunnen we niet alleen voorzien met elektriciteit. Waterstof is een goede aanvulling. Het is eenvoudig door middel van elektrolyse te maken uit water. Dat proces is schoon: er komt helemaal geen CO2 bij vrij en het enige bijproduct is zuurstof. En een groot pluspunt: om energie op te slaan heb je een molecuul nodig. Waterstof is zo’n molecuul. Met waterstof kun je energie dus bewaren en transporteren.”

Voor waterstof zijn nieuwe leidingen nodig. Is dat niet onpraktisch?

“De infrastructuur moet hiervoor inderdaad worden aangepast. Het is nog maar de vraag of we straks waterstof tot in elke keuken krijgen. Maar voor wegvervoer, als brandstof voor vliegtuigen en schepen en in de industrie is groene waterstof wel een brandstof voor de toekomst. Omdat het schone energie is, met water als grondstof, gemaakt met groene stroom van windmolenparken op zee en niet gevaarlijker of ingewikkelder dan aardgas, waar we al heel vertrouwd mee zijn.

Er moeten weliswaar meer leidingen en pompstations en andere infrastructuur komen, maar waterstofleidingen zijn op zich niet nieuw. Bovendien zou een deel van de aardgasinfrastructuur mogelijk gebruikt kunnen worden voor waterstof. De industrie gebruikt nu ook al waterstof voor bepaalde processen, ‘grijze’ waterstof uit aardgas. Er hoeft dus niet veel nieuwe techniek voor die leidingen worden ontwikkeld.”

Wel nieuw is de fabriek waar Shell vanaf 2023 groene waterstof wil maken.

“Dat klopt. Deze fabriek wordt de grootste in Europa. Met een capaciteit van 200 megawatt is hij tien keer zo groot als bestaande waterstoffabrieken. Met die omvang kan hij voorzien in ongeveer vijf procent van de waterstofbehoefte in de Rijnmond. En Havenbedrijf Rotterdam heeft op de Tweede Maasvlakte, waar deze elektrolysefabriek moet komen, ruimte gereserveerd voor nog drie van zulke grote groene waterstoffabrieken en elders in de haven voor nog twee. Nu Shell is voorgegaan, hebben meer bedrijven interesse om zo’n fabriek te bouwen. Zo’n waterstofhub in het Rotterdamse havengebied is een belangrijke stap in de energietransitie.”

Aan DCMR de taak om voor de fabriek de vergunning af te geven. Waar let de milieudienst op?

“Zoals bij alle nieuwe fabrieken let de DCMR erop dat ook deze voldoet aan alle wet- en regelgeving op het gebied van milieu en veiligheid. In deze fabriek komt geen onbekende technologie. Er is ook geen nieuwe regelgeving nodig. Duurzame energie ontwikkelen past helemaal binnen de plannen van provincie Zuid-Holland en gemeente Rotterdam. Wat dat betreft is het allemaal niet heel spannend. Maar er is nog nooit waterstof op zo’n grote schaal uit water gemaakt. Dus daarom kijken we er zorgvuldig naar. Veiligheid, geluid en vervuiling zijn de belangrijkste onderwerpen waarop we letten bij de vergunningverlening. En ook naar een goede communicatie met de omgeving.

De veiligheidsrisico’s van waterstof zijn bekend. Het is een licht, reukloos, makkelijk ontvlambaar gas, zeker in contact met zuurstof. Goed vergelijkbaar met aardgas, dat we ook door het hele land onder hoge druk via buizen transporteren.

De compressoren, waarmee het waterstofgas straks samengeperst wordt, maken veel geluid. We letten er goed op dat dit geluid voldoende gedempt wordt en dat partijen aan de normen en afspraken over geluid voldoen. Mensen in Oostvoorne, de woonkern die het dichtstbij de waterstoffabriek ligt, moeten goed kunnen slapen.

De productie van waterstof vervuilt de omgeving niet. Integendeel. Er komt zuurstof bij vrij. De bodem op de Tweede Maasvlakte is nieuw en niet vervuild. Alleen de aanleg van de fabriek zal wat stikstofuitstoot opleveren. Maar daarvoor is een vrijstelling in de nieuwe wet Stikstofreductie en Natuurverbetering opgenomen, dus dat speelt geen rol bij de vergunning.”

Moet DCMR ook de vergunningverlening voor de pijpleiding verzorgen?

“In Nederland is het zo geregeld dat de Nederlandse Gasunie pijpleidingen voor transport van gassen onder hoge druk aanlegt. Gasunie heeft de expertise en ervaring om dat goed te doen. Voor HyTransPort, de pijpleiding voor de waterstof van de Maasvlakte naar Pernis, werkt Havenbedrijf Rotterdam samen met Hynetwork Services, een in waterstof gespecialiseerd onderdeel van Gasunie. De Gemeente Rotterdam verstrekt de vergunning voor de pijpleiding door de haven. De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), de toezichthouder van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, controleert het werk van Gasunie. Alleen de koppeling van de waterstoffabriek met het eerste stukje pijpleiding valt onder toezicht van DCMR.”

Welke rol speelt DCMR voor de bewoners die langs de pijpleiding wonen?

“Wij onderzoeken op dit moment de gevolgen van de aanleg voor het milieu en de omgeving via een breed opgezette milieuverkenning (de aanleg van de pijpleiding valt binnen het bestemmingsplan en daar is geen milieueffectrapportage (m.e.r.) voor vereist -red.-). Gelukkig ligt er in Rijnmond al een leidingenstraat waar deze waterstofleiding prima bij past. Er is dus geen nieuw traject nodig en gaat niet ten koste van natuur of bouwlocaties. De impact is in die zin niet enorm groot.

Maar toch, wie in Rozenburg of Pernis woont, krijgt weer iets nieuws langs de achtertuin, een extra pijp, met alle risico’s die daaruit kunnen volgen. Dus het is niet meer dan normaal dat bewoners daar goed over worden geïnformeerd en hun vragen beantwoord krijgen. Het belang van op tijd en transparant met de bewoners te overleggen, is iets wat we vanuit DCMR Havenbedrijf Rotterdam op het hart drukken en wat het projectteam ook goed oppakt.”

DCMR is de milieudienst van Provincie Zuid-Holland, gemeente Rotterdam en vijftien omliggende gemeenten. Deze hebben net hun Regionale Energie Strategie (RES) moeten opleveren. Die plannen staan bol van plannen voor duurzame energievoorziening. Welke rol speelt DCMR daarin?

“Wij helpen die plannen te realiseren. DCMR rolt de groene loper uit voor initiatieven van bedrijven die passen in de energietransitie van provincie en gemeenten. Die duurzame plannen krijgen voorrang bij de vergunningverlening. We mobiliseren kennis, zetten er experts op met kennis van procedures en praktijk en benutten ons netwerk met Omgevingsdiensten. Het is onze eer te na dat procedures oponthoud zouden veroorzaken voor een goed groen plan. Wij willen geen barrière zijn voor verduurzaming.

Het idee voor de waterstoffabriek is bij ons terechtgekomen via het Versnellingshuis, een initiatief van Havenbedrijf Rotterdam en Deltalinqs, de ondernemersvereniging van het bedrijfsleven in de haven. Het Versnellingshuis zorgt ervoor dat een groen plan snel op de juiste bureaus komt, zodat de nodige procedures voortvarend verlopen en beschikbare subsidies gemakkelijk kunnen worden aangesproken.”

Zijn er nog belemmeringen voor groene waterstof?

“De productie is nu nog ongeveer twee keer zo duur als die van grijze en blauwe waterstof (beide gewonnen uit aardgas, maar bij blauwe waterstof is de vrijkomende CO2 opgevangen om deze op te slaan onder de zeebodem).

Om een waterstofleiding aan te leggen zijn er geen wettelijke belemmeringen, maar om waterstof te gebruiken zijn er nog wel wat witte plekken in de regelgeving en onduidelijkheden over subsidies en belastingen. Die moeten overheden snel invullen.  Maar als de pijpleiding er in 2024 ligt, de grootste waterstoffabriek van Europa draait en bedrijven er gebruik van kunnen maken, zal dat zo’n 150 kiloton CO2-uitstoot schelen, een half procent van de huidige uitstoot in regio Rijnmond.”

Alle foto’s bij dit artikel zijn van de hand van Jerry Lampen. Copyright Jerry Lampen.

Terug naar nieuwsoverzicht