Natuur en Milieufederatie Zuid-Holland (NMZH) twijfelt er niet aan dat de Rotterdamse haven de energietransitie serieus neemt. De waterstofpijp van HyTransPort is volgens NMZH onmisbaar voor die transitie. Dat wil niet zeggen dat de milieuorganisatie niet kritisch kijkt naar de aanleg. Alex Ouwehand licht dit toe.

“Het Rotterdamse havengebied is extreem fossiel gedreven. Het bedrijfsleven en Havenbedrijf Rotterdam begrijpen heel goed dat ze af moeten van die afhankelijkheid van fossiele grondstoffen om toonaangevend te kunnen blijven. In die gedachte hoeven we bedrijven niet mee te krijgen. Dat besef is er al.” Alex Ouwehand, directeur Natuur en Milieu Federatie Zuid-Holland (NMZH), twijfelt er niet aan dat de haven de energietransitie serieus neemt.

Eind 2019 stemde de Rotterdamse gemeenteraad in met de herijkte Havenvisie 2030, met daarin de ambitie om in 2030 niet alleen het belangrijkste haven- en industriecomplex te zijn, maar ook koploper in duurzaamheid en efficiëntie. Twee pijlers onder die ambitie: verbeteren van de luchtkwaliteit en de CO2-uitstoot minimaliseren. Waar het Rotterdamse haven- en industrieel complex in 2019 nog goed was voor 18 procent van de Nederlandse CO2-uitstoot, wil het toewerken naar CO2-neutraal richting 2050.

Waterstofpact

“Waterstof hebben we nodig om de sprong naar minder fossiel energieverbruik te maken”, stelt Ouwehand. Bij een goed reductieprogramma voor CO2 horen betekenisvolle stappen. De waterstofleiding van HyTransPort, die in 2024 in de leidingenstraat moet liggen, van de Maasvlakte tot Pernis, is volgens hem zo’n stap.

NMZH neemt, net als Havenbedrijf Rotterdam en Gasunie, deel aan de Waterstofcoalitie. Dit is een initiatief van 39 netbeheerders, industriepartijen, energiebedrijven, overheden, natuur- en milieuorganisaties en wetenschappers. Deze coalitie presenteerde in voorjaar 2021 het Waterstofpact. Het is een oproep om in het regeerakkoord een budget van 2,5 miljard euro te reserveren om te investeren in infrastructuur voor waterstof, zodat een basisnetwerk in Nederland in 2025 klaar is.

Alex Ouwehand - Natuur en Milieufederatie Zuid-Holland

De waterstofpijp is onmisbaar, maar NMZH blijft wel kritisch kijken, aldus Alex Ouwehand.

Kritisch kijken

Ouwehand benadrukt dat waterstof niet de enige oplossing is. “Ook wind- en zonne-energie en andere duurzame energiebronnen zijn nodig. En er zal vooral mínder energie gebruikt moeten gaan worden. Maar groene waterstof is beslist een van de belangrijkste energiedragers van de toekomst. Voor de industrie – als brandstof en grondstof – en voor zwaar transport. En om energie op te slaan. Voor verwarming van woningen, particulier transport en kleinschalige distributie ligt elektrificatie meer voor de hand. Stroom kan genoeg vermogen leveren voor huizen en auto’s.”

Groene waterstof is gemaakt met duurzame wind- of zonne-energie. Bij de productie van groene waterstof komt geen CO2 vrij. De meeste waterstof die nu in Nederland gebruikt wordt, is grijze waterstof, gemaakt uit aardgas. Daarbij komt wel CO2 vrij. Als die CO2 wordt opgeslagen, heet de waterstof blauw.

Dat de NMZH voorstander is van de aanleg van een netwerk van waterstofleidingen, en dus ook van de 32 kilometer lange pijp van HyTransPort, wil niet zeggen dat de organisatie niet kritisch kijkt naar de aanleg en het beheer ervan. Waar let NMZH op? Ouwehand: “We willen dat de aanleg zorgvuldig gebeurt. We vragen om circulariteit. En we hameren erop dat de regie over het waterstofnet niet verhandelbaar wordt.”

Natuur in de haven

Het Rotterdamse havengebied ligt tegen gevoelige Natura 2000-gebieden aan. “Behalve dat natuur en haven náást elkaar liggen, kunnen ze ook integreren. Er zijn veel kansen om ín het havengebied natuur te realiseren. Dat gebeurt al. Dat zie je aan de zeehonden, aan de vogelkolonies, de natuur rond Rozenburg”, zegt Ouwehand.

“De impact van het haven- en industriegebied is groter dan de vierkante kilometers waar het op ligt. Bij Tata Steel zie je wat er gebeurt als een groot industrieel complex niet zorgvuldig omgaat met zijn omgeving. Dan gaat het vertrouwen verloren. De haven en de industrie hebben belang bij robuuste natuur in het gebied en bij een zorgvuldige omgang met die natuur en de omgeving. Het geeft ze een ‘licence tot produce’, maatschappelijke welwillendheid. Het goede nieuws is dat het havenbedrijf en veel van de bedrijven in het haven- en industriecomplex op die manier in de wedstrijd zitten. Zij zijn zich bewust van hun verantwoordelijkheid voor de gezondheid van de mensen in deze dichtbevolkte regio en voor de natuur.”

Bochtje

NMZH let erop dat de natuur in het gebied ontzien wordt bij de bouw van waterstoffabrieken en waterstofinfrastructuur. “Elektriciteit van windmolenparken op zee, nodig voor de productie van groene waterstof, komt aan land op de Maasvlakte. Het is belangrijk dat dit op één punt gebeurt. Centrale aanlanding verstoort de natuur minder dan aanlanding op meer plaatsen en het zorgt voor minder energieverlies”, zegt Ouwehand. “Waar de pijpleiding natuur of groene zones doorsnijdt, bepleiten wij een bochtje. Of een andere creatieve oplossing waardoor de natuurwaarde van de haven per saldo gelijk blijft of erop vooruit gaat. Er is eerder een kolonie kleine mantelmeeuwen succesvol verhuisd. Dat kan opnieuw.”

‘Er is eerder een kolonie kleine mantelmeeuwen verhuisd. Dat kan opnieuw.’

Iconisch project

Aanleg van de pijpleiding kan wat NMZH betreft alleen circulair. Dat wil zeggen: met materiaal dat herbruikbaar is en met aannemers die emissievrije werktuigen gebruiken, dus bijvoorbeeld elektrische machines in plaats van werktuigen op diesel. “De wetgeving is op dat punt nog niet zo ver. Maar het is nogal makkelijk om te zeggen ‘Ik hou me aan de wet, dus ik hoef me verder niet in te spannen’. Iedereen heeft belang bij minder uitstoot van CO2 en stikstof. Helemaal zero-emissie werken – zonder uitstoot -, vergt grote investeringen van aannemers. Als overheid kun je ‘launching customer’ zijn, de eerste afnemer, die zo’n investeringsopgave vlot trekt. Wel keiharde eisen stellen in de aanbesteding, maar daar ook een compensatie tegenoverstellen. De aanleg van deze pijpleiding wordt een iconisch project. Gebruik dat om ervaring op te doen met circulaire aanleg.”

Baas van de pijp

Naast zorgvuldig omgaan met de omgeving en circulair aanleggen, is NMZH alert op een derde punt: de regie over de pijpleiding. Ouwehand: “Het gaat niet alleen om een goed gebruik van de waterstof die er doorheen gaat stromen. Het vraagstuk hoe je grijze, blauwe en groene waterstof uit elkaar houdt. Bewaken dat waterstof efficiënt benut wordt, dus op plekken waar elektrificatie niet kan. Dat is allemaal belangrijk. Maar belangrijker nog is de vraag: ‘Wie is de baas van de pijpleiding?’. Het eigenaarschap van de leidingenstraat waarin de waterstofleiding komt, is van gigantisch strategisch belang. Havenbedrijf Rotterdam geeft de grond voor de pijpleiding uit. De aanleg van de pijp is een publiek-privaat project. Wij pleiten ervoor dat de grond en de pijp eigendom blijven van het havenbedrijf en dat ze niet verhandelbaar worden. Als deze infrastructuur in handen komt van particuliere bedrijven of buitenlandse overheden, kan dat de continuïteit van de waterstofvoorziening in gevaar brengen en een strategisch nadeel opleveren voor de Rotterdamse haven. Het private en publieke belang moet goed gescheiden blijven. Gelukkig begint de Tweede Kamer ook oog te krijgen voor dit soort constructies.”

Goede naam

NMZH biedt als belangenbehartiger van natuur en milieu ‘meedenkkracht’, brengt maatschappelijk draagvlak mee, onder meer via de aangesloten organisaties, en haar goede naam kan bedrijven helpen een investering rond te krijgen.

Alex Ouwehand - NMZH over HyTransPort

Om met dat laatste te beginnen: “Regelmatig schrijven we voor bedrijven een ‘letter of support’, een brief waarin de NMZH zich voor een groene investering van een bedrijf uitspreekt. Er zijn financieringsregelingen voor bedrijven die willen verduurzamen. Voor sommige van die regelingen is de mening van een onafhankelijke NGO belangrijk. Wij kijken naar de verduurzamingsplannen van bedrijven en vinden daar wat van. Als onze mening over een duurzaam investeringsplan positief is, helpt dat zo’n bedrijf financiering te krijgen. Zo helpen we verduurzaming vooruit.”

In zo’n proces schuilt al meedenk- en verbindingskracht. Datzelfde geldt voor de overleggen waarin NMZH aanschuift of bijvoorbeeld vanuit de Waterstofcoalitie. “Het is goed om met meer partijen tegelijk erop te hameren dat bepaalde regels of infrastructuur er snel moeten komen.” NMZH neemt ook eigen initiatieven. Zo vergeleek het in 2020 samen met onderzoeksbureau CE Delft de duurzaamheid van vijftien internationale zeehavens en de Nederlandse zeehavens  Daaruit bleek dat er weliswaar veel plannen liggen die op realisatie wachten, maar dat de realisatie van de afgesproken CO2-reductie nog achterblijft. De komende jaren zullen er nog flinke stappen gezet moeten worden om de doelen voor 2030 te kunnen halen.

‘Je kunt niet vroeg genoeg beginnen met communiceren’

Tip voor draagvlak

Als het om maatschappelijk draagvlak gaat heeft Ouwehand een tip: je kunt niet vroeg genoeg beginnen met communiceren. “Het is simpelweg belangrijk om transparant te zijn en goede informatie te geven, zodat de omgeving van de haven zich kan verplaatsen in de opgave waar bedrijven en de overheid voor staan. Maar het is ook handig om weerstand bij de verdere ontwikkeling en realisatie te voorkomen. Niemand is tegen schone energie, maar bij een windmolen in de directe omgeving van de eigen woning gaan de hakken in het zand. Dat komt jammer genoeg te vaak door slechte communicatie en het organiseren van onvoldoende betrokkenheid. Als je in een vroeg stadium uitleg geeft over het nut en de noodzaak en de omgeving beter laat meedenken, is er nog ruimte om te luisteren naar ideeën en bezwaren en daar iets mee te doen. Je zult nooit iedereen overtuigen, maar dan is het draagvlak wel veel groter”, zegt Ouwehand.

“Zo zal het draagvlak van inwoners van Rozenburg, Pernis of Oostvoorne voor de waterstofpijp van HyTransPort ook groter zijn als ze weten wat er op het spel staat. Zonder deze leiding kunnen we de overstap naar groene waterstof niet maken en die is onmisbaar om de klimaatdoelen te halen en de CO2-uitstoot in het haven- en industriegebied van Rotterdam te verminderen tot het afgesproken doel: klimaatneutraliteit in 2050.”

Het bedrijfsleven in het Rotterdamse havengebied spant zich in om de overstap van fossiele energie en grondstoffen naar alternatieven te maken. Ondernemersvereniging Deltalinqs is blij met de investering in HyTransPort, de leiding voor waterstof dwars door het havengebied. “Het laat bedrijven zien dat het menens is.”

“Olie gaat uiteindelijk verdwijnen uit de petrochemische processen. Als brandstof en als grondstof”, stelt Alice Krekt onomwonden. “Belangrijk voor de bedrijven in het Rotterdamse haven- en industriecomplex is dan ook dat ze de overstap maken van fossiele brandstoffen en grondstoffen naar duurzame alternatieven (energietransitie).” Alternatieven die niet op raken en die ervoor zorgen dat de industrie drastisch minder CO2 uitstoot (klimaattransitie). Waterstof is zo’n alternatief. Het kan gebruikt worden als brandstof en als grondstof.

Spreekbuis

Krekt is directeur van het Climate Program van Deltalinqs. Bij de ondernemersvereniging Deltalinqs zijn circa 700 bedrijven uit de logistiek, haven en industrie in Rotterdam aangesloten. Daarmee is het de spreekbuis van zo’n 95 procent van de ondernemingen in het havengebied. Het Climate Program helpt de ondernemingen bij de energie- en grondstoffentransitie.

Fossiele brandstof en grondstof

De activiteiten in het Rotterdamse havengebied vragen heel veel energie en fabrieken investeren voor de lange termijn. Daarom is de overstap van fossiele energie naar schone vormen van energie niet zomaar gemaakt. Voor overslag en transport is energie nodig, maar het is vooral de industrie die veel verbruikt. Raffinaderijen splitsen aardolie die de haven binnenkomt in verschillende producten. Een deel daarvan is bestemd voor de petrochemische industrie, die er grondstoffen voor bijvoorbeeld plastics van maakt. Daarvoor worden de lange moleculen uit aardolie gekraakt tot ze in kleinere moleculen uit elkaar vallen. Hiervoor zijn hoge temperaturen nodig (vaak wel 2000 graden of meer). Verhitten gebeurt met aardgas. Daarnaast gebruikt de petrochemische industrie aardgas om waterstof (H2) van te maken, dat dient als grondstof bij het kraken; door H2 te binden kunnen uit aardolie de nieuwe, kleinere moleculen ontstaan.

Duurzame alternatieven

“Ook als de fossiele stoffen als aardolie en aardgas uit de chemie verdwijnen, blijft dat proces van moleculen afbreken en opbouwen bestaan, maar dan met duurzame brand- en grondstoffen. Wat wij daarom heel belangrijk vinden, is dat er een goed alternatief beschikbaar is voor aardgas, zodat de industrie de hoge temperaturen voor het kraken kan blijven toepassen”, zegt Krekt.

Uitstoot bijna halveren

Het Deltalinqs Climate Program mikt samen met het haven- en industriegebied in Moerdijk op 10 miljoen ton minder CO2-uitstoot in 2030 ten opzichte van 1990. Dat is bijna een halvering van de uitstoot. De Rotterdamse industrie kan met een serie projecten in totaal 20 tot 25 procent van de doelstellingen voor CO2-reductie uit het Nederlandse Klimaatakkoord bereiken. In het Klimaatakkoord is afgesproken om als land in 2030 48,7 miljoen ton CO2 minder uit te stoten dan in 1990.

Als voorzitter van de Klimaattafel Haven en Industrie voor Rotterdam en Moerdijk leidt Alice Krekt de voortgang van deze verduurzaming en bespreekt ze met overheden de randvoorwaarden hiervoor. “Wij willen die 10 miljoen ton halen. Maar we merken wel dat de trage kabinetsformatie remmend werkt. De regelgeving en financieringsregelingen raken achter op schema.”

Stroom en waterstof

Via het Climate Program inventariseert Deltalinqs wat de bedrijven in de Rotterdamse haven nodig hebben voor de energie- en grondstoffentransitie. Zo brengt het in beeld waar energiebesparing mogelijk is, welke vormen van energie bedrijven in de toekomst gaan gebruiken en welke infrastructuur daarvoor nodig is in het gebied. Zo werkt Deltalinqs onder meer aan elektrificatie en waterstof.

Krekt: “Elektrificatie is belangrijk voor verduurzaming, daarom zetten we óók daar op in. Maar voor de zware industrie is het geen totaaloplossing voor het energievraagstuk. Met stroom zijn de hoge temperaturen niet haalbaar. Maar met waterstof als brandstof lukt dat juist heel goed. De ambitie van de bedrijven in de Rotterdamse haven is om in 2050 20 miljoen ton waterstof te gebruiken als grondstof en brandstof, vijftig keer zoveel als nu.”

Grijs, blauw, groen en koolstofarm

Vrijwel alle waterstof die nu gebruikt wordt is grijze waterstof. Deze H2 is gemaakt van aardgas en bij dit proces komt CO2 vrij. Als de vrijkomende CO2 wordt opgeslagen in de bodem heet het eindproduct blauwe waterstof. Alleen als waterstof gemaakt wordt uit water, met hulp van zonne- of windenergie, mag het groene waterstof heten. Ook is er sprake van ‘koolstofarme’ waterstof. De definities hiervan verschillen, maar een duidelijke vermindering van uitstoot van broeikasgassen is een belangrijk kenmerk.

H-vision: waterstof uit restgas

Alice Krekt is ook projectdirecteur van H-vision, waarmee Deltalinqs en verschillende bedrijven uit de Rotterdamse havenindustriegebied de beschikbaarheid van koolstofarme waterstof willen versnellen.

‘Wij willen koolstofarme waterstof maken uit restgassen van de industrie. Deze waterstof moet het aardgas voor verwarming vervangen.’

Alice Krekt - Deltalinqs

Restgassen ontstaan bij de meeste chemische processen en het is zeer schadelijk om ze te laten ontsnappen. Ze worden nu opnieuw gebruikt in de productieprocessen. H-vision wil de raffinagegassen centraal opvangen en benutten om er koolstofarme waterstof mee te maken. De CO2 die in dit proces vrijkomt, gaat H-vision opslaan in lege gasvelden in de zeebodem. De waterstof die de twee fabrieken van H-vision gaan produceren kan emissievrij in het raffinageproces gebruikt worden.

Deltalinqs noemt deze koolstofarme waterstof onmisbaar om de klimaatdoelen te halen. Krekt: “De waterstoffabrieken van H-vision kunnen per jaar 2,7 miljoen ton CO2-uitstoot besparen. Dat is bijna 20 procent van wat de totale industrie in Nederland volgens het klimaatakkoord moet verminderen in 2030. Bovendien leggen we alvast een basis voor de waterstofinfrastructuur voor de toekomst.”

Een paar ingenieursbureaus werken aan een ontwerp voor deze waterstoffabrieken. In 2022 wordt uit deze voorstellen een keuze gemaakt. In 2027 moet de eerste fabriek draaien.

Volgens Krekt is het bovendien nodig de productie van groene waterstof snel op te schalen. Hiervoor bestaan al verschillende initiatieven. Zo wil Shell in 2023 op de Maasvlakte een eerste elektrolysefabriek draaiend hebben om groene waterstof met windenergie te maken. Krekt: “Ook importeren is nodig. Waterstof gemaakt met zonne-energie in de Sahara is ook groen. Verschillende bedrijven zijn al bezig met innovaties om waterstof efficiënt te vervoeren.”

Tijd dringt

Initiatieven als H-vision en andere waterstofplannen van bedrijven in de haven stuiten op een trage rijksoverheid, die volgens Krekt momenteel geen regie toont: “Er ligt bijvoorbeeld 6 miljard euro Europees geld klaar om bedrijven te helpen die nu hun nek uitsteken met waterstof. De rijksoverheid moet dat claimen. Maar door de lange kabinetsformatie gebeurt dat niet. Net zo min als het Rijk bijvoorbeeld certificeringsafspraken maakt voor importwaterstof. Of zich duidelijk uitspreekt over de zuiverheidsgraad die waterstof moet hebben bij verschillende toepassingen. De tijd begint te dringen. In het Rotterdamse haven- en industriecluster zijn de technische installaties van veel bedrijven op elkaar afgesteld. Bedrijven moeten afspraken maken met elkaar als ze willen investeren in een nieuwe fabriek of een fabriek ombouwen voor een nieuwe toepassing als waterstof. Eens in de vijf jaar is er een grote investeringsronde in nieuwe technologie. Als de overheid te lang treuzelt, is de volgende investeringsronde voorbij. Dan missen we de grote klap waarmee we de klimaatdoelen voor 2030 kunnen halen”, waarschuwt Krekt.

HyTransPort daadkrachtig

Het Rijk zou wat haar betreft een voorbeeld kunnen nemen aan HyTransPort; Havenbedrijf Rotterdam werkt samen met Hynetwork Services, een in waterstof gespecialiseerd onderdeel van Gasunie, aan een waterstofleiding die van de nieuwe elektrolysefabrieken op de Maasvlakte naar Pernis loopt. De leiding van 32 kilometer, met vijf aftakkingen naar grootverbruikers van waterstof, moet in 2024 operationeel zijn.

“Heel fijn dat Havenbedrijf Rotterdam dit oppakt. Dit is een basisvoorziening die erg noodzakelijk is. Wegtransport van waterstof zou hier bijzonder inefficiënt zijn”, zegt Krekt.

De aanleg heeft volgens haar een katalyserend effect. “Er zijn nog veel onzekerheden. Certificeringen zijn er nog niet. Waar de pijp gaat aansluiten op een landelijk net is onbekend. Of Duitsland een waterstofnetwerk gaat gebruiken, is afwachten. Dat Havenbedrijf Rotterdam deze stap toch zet, geeft ons als bedrijfsleven vertrouwen. De praktische aanpak van het Havenbedrijf, niet alleen praten, maar gewoon boter bij de vis doen … Dat is bemoedigend. Het maakt een veelvoud aan investeringen van bedrijven mogelijk, waardoor de waterstofeconomie een stap vooruit komt. Het laat bedrijven ook zien: kijk het is menens, er gebéurt echt iets. Dat zorgt ervoor dat in de interne discussies bij bedrijven óók een volgende stap wordt gezet in verduurzaming.”

De voorbereidingen voor de eerste 32 kilometer waterstofleiding van HyTransPort, van de Maasvlakte naar Pernis, verlopen volgens plan. Milieudienst DCMR onderzoekt nu de verwachte effecten op het milieu van alle waterstofplannen in de regio. Axel Pel, Programmamanager Verduurzaming Industrie van DCMR vertelt hoe de Rijnmondse milieudienst tegen de komst van de pijpleiding en tegen waterstof als groene brandstof aankijkt. “Wij rollen de groene loper uit voor duurzame initiatieven.” 

Is de komst van waterstof eigenlijk wel nodig?

“In 2050 wil Nederland een energiesysteem zonder CO2-uitstoot. We moeten dan van de fossiele brandstoffen af zijn. De vraag naar energie is groot. Daarin kunnen we niet alleen voorzien met elektriciteit. Waterstof is een goede aanvulling. Het is eenvoudig door middel van elektrolyse te maken uit water. Dat proces is schoon: er komt helemaal geen CO2 bij vrij en het enige bijproduct is zuurstof. En een groot pluspunt: om energie op te slaan heb je een molecuul nodig. Waterstof is zo’n molecuul. Met waterstof kun je energie dus bewaren en transporteren.”

Voor waterstof zijn nieuwe leidingen nodig. Is dat niet onpraktisch?

“De infrastructuur moet hiervoor inderdaad worden aangepast. Het is nog maar de vraag of we straks waterstof tot in elke keuken krijgen. Maar voor wegvervoer, als brandstof voor vliegtuigen en schepen en in de industrie is groene waterstof wel een brandstof voor de toekomst. Omdat het schone energie is, met water als grondstof, gemaakt met groene stroom van windmolenparken op zee en niet gevaarlijker of ingewikkelder dan aardgas, waar we al heel vertrouwd mee zijn.

Er moeten weliswaar meer leidingen en pompstations en andere infrastructuur komen, maar waterstofleidingen zijn op zich niet nieuw. Bovendien zou een deel van de aardgasinfrastructuur mogelijk gebruikt kunnen worden voor waterstof. De industrie gebruikt nu ook al waterstof voor bepaalde processen, ‘grijze’ waterstof uit aardgas. Er hoeft dus niet veel nieuwe techniek voor die leidingen worden ontwikkeld.”

Wel nieuw is de fabriek waar Shell vanaf 2023 groene waterstof wil maken.

“Dat klopt. Deze fabriek wordt de grootste in Europa. Met een capaciteit van 200 megawatt is hij tien keer zo groot als bestaande waterstoffabrieken. Met die omvang kan hij voorzien in ongeveer vijf procent van de waterstofbehoefte in de Rijnmond. En Havenbedrijf Rotterdam heeft op de Tweede Maasvlakte, waar deze elektrolysefabriek moet komen, ruimte gereserveerd voor nog drie van zulke grote groene waterstoffabrieken en elders in de haven voor nog twee. Nu Shell is voorgegaan, hebben meer bedrijven interesse om zo’n fabriek te bouwen. Zo’n waterstofhub in het Rotterdamse havengebied is een belangrijke stap in de energietransitie.”

Aan DCMR de taak om voor de fabriek de vergunning af te geven. Waar let de milieudienst op?

“Zoals bij alle nieuwe fabrieken let de DCMR erop dat ook deze voldoet aan alle wet- en regelgeving op het gebied van milieu en veiligheid. In deze fabriek komt geen onbekende technologie. Er is ook geen nieuwe regelgeving nodig. Duurzame energie ontwikkelen past helemaal binnen de plannen van provincie Zuid-Holland en gemeente Rotterdam. Wat dat betreft is het allemaal niet heel spannend. Maar er is nog nooit waterstof op zo’n grote schaal uit water gemaakt. Dus daarom kijken we er zorgvuldig naar. Veiligheid, geluid en vervuiling zijn de belangrijkste onderwerpen waarop we letten bij de vergunningverlening. En ook naar een goede communicatie met de omgeving.

De veiligheidsrisico’s van waterstof zijn bekend. Het is een licht, reukloos, makkelijk ontvlambaar gas, zeker in contact met zuurstof. Goed vergelijkbaar met aardgas, dat we ook door het hele land onder hoge druk via buizen transporteren.

De compressoren, waarmee het waterstofgas straks samengeperst wordt, maken veel geluid. We letten er goed op dat dit geluid voldoende gedempt wordt en dat partijen aan de normen en afspraken over geluid voldoen. Mensen in Oostvoorne, de woonkern die het dichtstbij de waterstoffabriek ligt, moeten goed kunnen slapen.

De productie van waterstof vervuilt de omgeving niet. Integendeel. Er komt zuurstof bij vrij. De bodem op de Tweede Maasvlakte is nieuw en niet vervuild. Alleen de aanleg van de fabriek zal wat stikstofuitstoot opleveren. Maar daarvoor is een vrijstelling in de nieuwe wet Stikstofreductie en Natuurverbetering opgenomen, dus dat speelt geen rol bij de vergunning.”

Moet DCMR ook de vergunningverlening voor de pijpleiding verzorgen?

“In Nederland is het zo geregeld dat de Nederlandse Gasunie pijpleidingen voor transport van gassen onder hoge druk aanlegt. Gasunie heeft de expertise en ervaring om dat goed te doen. Voor HyTransPort, de pijpleiding voor de waterstof van de Maasvlakte naar Pernis, werkt Havenbedrijf Rotterdam samen met Hynetwork Services, een in waterstof gespecialiseerd onderdeel van Gasunie. De Gemeente Rotterdam verstrekt de vergunning voor de pijpleiding door de haven. De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), de toezichthouder van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, controleert het werk van Gasunie. Alleen de koppeling van de waterstoffabriek met het eerste stukje pijpleiding valt onder toezicht van DCMR.”

Welke rol speelt DCMR voor de bewoners die langs de pijpleiding wonen?

“Wij onderzoeken op dit moment de gevolgen van de aanleg voor het milieu en de omgeving via een breed opgezette milieuverkenning (de aanleg van de pijpleiding valt binnen het bestemmingsplan en daar is geen milieueffectrapportage (m.e.r.) voor vereist -red.-). Gelukkig ligt er in Rijnmond al een leidingenstraat waar deze waterstofleiding prima bij past. Er is dus geen nieuw traject nodig en gaat niet ten koste van natuur of bouwlocaties. De impact is in die zin niet enorm groot.

Maar toch, wie in Rozenburg of Pernis woont, krijgt weer iets nieuws langs de achtertuin, een extra pijp, met alle risico’s die daaruit kunnen volgen. Dus het is niet meer dan normaal dat bewoners daar goed over worden geïnformeerd en hun vragen beantwoord krijgen. Het belang van op tijd en transparant met de bewoners te overleggen, is iets wat we vanuit DCMR Havenbedrijf Rotterdam op het hart drukken en wat het projectteam ook goed oppakt.”

DCMR is de milieudienst van Provincie Zuid-Holland, gemeente Rotterdam en vijftien omliggende gemeenten. Deze hebben net hun Regionale Energie Strategie (RES) moeten opleveren. Die plannen staan bol van plannen voor duurzame energievoorziening. Welke rol speelt DCMR daarin?

“Wij helpen die plannen te realiseren. DCMR rolt de groene loper uit voor initiatieven van bedrijven die passen in de energietransitie van provincie en gemeenten. Die duurzame plannen krijgen voorrang bij de vergunningverlening. We mobiliseren kennis, zetten er experts op met kennis van procedures en praktijk en benutten ons netwerk met Omgevingsdiensten. Het is onze eer te na dat procedures oponthoud zouden veroorzaken voor een goed groen plan. Wij willen geen barrière zijn voor verduurzaming.

Het idee voor de waterstoffabriek is bij ons terechtgekomen via het Versnellingshuis, een initiatief van Havenbedrijf Rotterdam en Deltalinqs, de ondernemersvereniging van het bedrijfsleven in de haven. Het Versnellingshuis zorgt ervoor dat een groen plan snel op de juiste bureaus komt, zodat de nodige procedures voortvarend verlopen en beschikbare subsidies gemakkelijk kunnen worden aangesproken.”

Zijn er nog belemmeringen voor groene waterstof?

“De productie is nu nog ongeveer twee keer zo duur als die van grijze en blauwe waterstof (beide gewonnen uit aardgas, maar bij blauwe waterstof is de vrijkomende CO2 opgevangen om deze op te slaan onder de zeebodem).

Om een waterstofleiding aan te leggen zijn er geen wettelijke belemmeringen, maar om waterstof te gebruiken zijn er nog wel wat witte plekken in de regelgeving en onduidelijkheden over subsidies en belastingen. Die moeten overheden snel invullen.  Maar als de pijpleiding er in 2024 ligt, de grootste waterstoffabriek van Europa draait en bedrijven er gebruik van kunnen maken, zal dat zo’n 150 kiloton CO2-uitstoot schelen, een half procent van de huidige uitstoot in regio Rijnmond.”

Alle foto’s bij dit artikel zijn van de hand van Jerry Lampen. Copyright Jerry Lampen.