‘Aanleg van de waterstofbackbone geeft bedrijven vertrouwen’

03.12.21

Het bedrijfsleven in het Rotterdamse havengebied spant zich in om de overstap van fossiele energie en grondstoffen naar alternatieven te maken. Ondernemersvereniging Deltalinqs is blij met de investering in HyTransPort, de leiding voor waterstof dwars door het havengebied. “Het laat bedrijven zien dat het menens is.”

“Olie gaat uiteindelijk verdwijnen uit de petrochemische processen. Als brandstof en als grondstof”, stelt Alice Krekt onomwonden. “Belangrijk voor de bedrijven in het Rotterdamse haven- en industriecomplex is dan ook dat ze de overstap maken van fossiele brandstoffen en grondstoffen naar duurzame alternatieven (energietransitie).” Alternatieven die niet op raken en die ervoor zorgen dat de industrie drastisch minder CO2 uitstoot (klimaattransitie). Waterstof is zo’n alternatief. Het kan gebruikt worden als brandstof en als grondstof.

Spreekbuis

Krekt is directeur van het Climate Program van Deltalinqs. Bij de ondernemersvereniging Deltalinqs zijn circa 700 bedrijven uit de logistiek, haven en industrie in Rotterdam aangesloten. Daarmee is het de spreekbuis van zo’n 95 procent van de ondernemingen in het havengebied. Het Climate Program helpt de ondernemingen bij de energie- en grondstoffentransitie.

Fossiele brandstof en grondstof

De activiteiten in het Rotterdamse havengebied vragen heel veel energie en fabrieken investeren voor de lange termijn. Daarom is de overstap van fossiele energie naar schone vormen van energie niet zomaar gemaakt. Voor overslag en transport is energie nodig, maar het is vooral de industrie die veel verbruikt. Raffinaderijen splitsen aardolie die de haven binnenkomt in verschillende producten. Een deel daarvan is bestemd voor de petrochemische industrie, die er grondstoffen voor bijvoorbeeld plastics van maakt. Daarvoor worden de lange moleculen uit aardolie gekraakt tot ze in kleinere moleculen uit elkaar vallen. Hiervoor zijn hoge temperaturen nodig (vaak wel 2000 graden of meer). Verhitten gebeurt met aardgas. Daarnaast gebruikt de petrochemische industrie aardgas om waterstof (H2) van te maken, dat dient als grondstof bij het kraken; door H2 te binden kunnen uit aardolie de nieuwe, kleinere moleculen ontstaan.

Duurzame alternatieven

“Ook als de fossiele stoffen als aardolie en aardgas uit de chemie verdwijnen, blijft dat proces van moleculen afbreken en opbouwen bestaan, maar dan met duurzame brand- en grondstoffen. Wat wij daarom heel belangrijk vinden, is dat er een goed alternatief beschikbaar is voor aardgas, zodat de industrie de hoge temperaturen voor het kraken kan blijven toepassen”, zegt Krekt.

Uitstoot bijna halveren

Het Deltalinqs Climate Program mikt samen met het haven- en industriegebied in Moerdijk op 10 miljoen ton minder CO2-uitstoot in 2030 ten opzichte van 1990. Dat is bijna een halvering van de uitstoot. De Rotterdamse industrie kan met een serie projecten in totaal 20 tot 25 procent van de doelstellingen voor CO2-reductie uit het Nederlandse Klimaatakkoord bereiken. In het Klimaatakkoord is afgesproken om als land in 2030 48,7 miljoen ton CO2 minder uit te stoten dan in 1990.

Als voorzitter van de Klimaattafel Haven en Industrie voor Rotterdam en Moerdijk leidt Alice Krekt de voortgang van deze verduurzaming en bespreekt ze met overheden de randvoorwaarden hiervoor. “Wij willen die 10 miljoen ton halen. Maar we merken wel dat de trage kabinetsformatie remmend werkt. De regelgeving en financieringsregelingen raken achter op schema.”

Stroom en waterstof

Via het Climate Program inventariseert Deltalinqs wat de bedrijven in de Rotterdamse haven nodig hebben voor de energie- en grondstoffentransitie. Zo brengt het in beeld waar energiebesparing mogelijk is, welke vormen van energie bedrijven in de toekomst gaan gebruiken en welke infrastructuur daarvoor nodig is in het gebied. Zo werkt Deltalinqs onder meer aan elektrificatie en waterstof.

Krekt: “Elektrificatie is belangrijk voor verduurzaming, daarom zetten we óók daar op in. Maar voor de zware industrie is het geen totaaloplossing voor het energievraagstuk. Met stroom zijn de hoge temperaturen niet haalbaar. Maar met waterstof als brandstof lukt dat juist heel goed. De ambitie van de bedrijven in de Rotterdamse haven is om in 2050 20 miljoen ton waterstof te gebruiken als grondstof en brandstof, vijftig keer zoveel als nu.”

Grijs, blauw, groen en koolstofarm

Vrijwel alle waterstof die nu gebruikt wordt is grijze waterstof. Deze H2 is gemaakt van aardgas en bij dit proces komt CO2 vrij. Als de vrijkomende CO2 wordt opgeslagen in de bodem heet het eindproduct blauwe waterstof. Alleen als waterstof gemaakt wordt uit water, met hulp van zonne- of windenergie, mag het groene waterstof heten. Ook is er sprake van ‘koolstofarme’ waterstof. De definities hiervan verschillen, maar een duidelijke vermindering van uitstoot van broeikasgassen is een belangrijk kenmerk.

H-vision: waterstof uit restgas

Alice Krekt is ook projectdirecteur van H-vision, waarmee Deltalinqs en verschillende bedrijven uit de Rotterdamse havenindustriegebied de beschikbaarheid van koolstofarme waterstof willen versnellen.

‘Wij willen koolstofarme waterstof maken uit restgassen van de industrie. Deze waterstof moet het aardgas voor verwarming vervangen.’

Alice Krekt - Deltalinqs

Restgassen ontstaan bij de meeste chemische processen en het is zeer schadelijk om ze te laten ontsnappen. Ze worden nu opnieuw gebruikt in de productieprocessen. H-vision wil de raffinagegassen centraal opvangen en benutten om er koolstofarme waterstof mee te maken. De CO2 die in dit proces vrijkomt, gaat H-vision opslaan in lege gasvelden in de zeebodem. De waterstof die de twee fabrieken van H-vision gaan produceren kan emissievrij in het raffinageproces gebruikt worden.

Deltalinqs noemt deze koolstofarme waterstof onmisbaar om de klimaatdoelen te halen. Krekt: “De waterstoffabrieken van H-vision kunnen per jaar 2,7 miljoen ton CO2-uitstoot besparen. Dat is bijna 20 procent van wat de totale industrie in Nederland volgens het klimaatakkoord moet verminderen in 2030. Bovendien leggen we alvast een basis voor de waterstofinfrastructuur voor de toekomst.”

Een paar ingenieursbureaus werken aan een ontwerp voor deze waterstoffabrieken. In 2022 wordt uit deze voorstellen een keuze gemaakt. In 2027 moet de eerste fabriek draaien.

Volgens Krekt is het bovendien nodig de productie van groene waterstof snel op te schalen. Hiervoor bestaan al verschillende initiatieven. Zo wil Shell in 2023 op de Maasvlakte een eerste elektrolysefabriek draaiend hebben om groene waterstof met windenergie te maken. Krekt: “Ook importeren is nodig. Waterstof gemaakt met zonne-energie in de Sahara is ook groen. Verschillende bedrijven zijn al bezig met innovaties om waterstof efficiënt te vervoeren.”

Tijd dringt

Initiatieven als H-vision en andere waterstofplannen van bedrijven in de haven stuiten op een trage rijksoverheid, die volgens Krekt momenteel geen regie toont: “Er ligt bijvoorbeeld 6 miljard euro Europees geld klaar om bedrijven te helpen die nu hun nek uitsteken met waterstof. De rijksoverheid moet dat claimen. Maar door de lange kabinetsformatie gebeurt dat niet. Net zo min als het Rijk bijvoorbeeld certificeringsafspraken maakt voor importwaterstof. Of zich duidelijk uitspreekt over de zuiverheidsgraad die waterstof moet hebben bij verschillende toepassingen. De tijd begint te dringen. In het Rotterdamse haven- en industriecluster zijn de technische installaties van veel bedrijven op elkaar afgesteld. Bedrijven moeten afspraken maken met elkaar als ze willen investeren in een nieuwe fabriek of een fabriek ombouwen voor een nieuwe toepassing als waterstof. Eens in de vijf jaar is er een grote investeringsronde in nieuwe technologie. Als de overheid te lang treuzelt, is de volgende investeringsronde voorbij. Dan missen we de grote klap waarmee we de klimaatdoelen voor 2030 kunnen halen”, waarschuwt Krekt.

HyTransPort daadkrachtig

Het Rijk zou wat haar betreft een voorbeeld kunnen nemen aan HyTransPort; Havenbedrijf Rotterdam werkt samen met Hynetwork Services, een in waterstof gespecialiseerd onderdeel van Gasunie, aan een waterstofleiding die van de nieuwe elektrolysefabrieken op de Maasvlakte naar Pernis loopt. De leiding van 32 kilometer, met vijf aftakkingen naar grootverbruikers van waterstof, moet in 2024 operationeel zijn.

“Heel fijn dat Havenbedrijf Rotterdam dit oppakt. Dit is een basisvoorziening die erg noodzakelijk is. Wegtransport van waterstof zou hier bijzonder inefficiënt zijn”, zegt Krekt.

De aanleg heeft volgens haar een katalyserend effect. “Er zijn nog veel onzekerheden. Certificeringen zijn er nog niet. Waar de pijp gaat aansluiten op een landelijk net is onbekend. Of Duitsland een waterstofnetwerk gaat gebruiken, is afwachten. Dat Havenbedrijf Rotterdam deze stap toch zet, geeft ons als bedrijfsleven vertrouwen. De praktische aanpak van het Havenbedrijf, niet alleen praten, maar gewoon boter bij de vis doen … Dat is bemoedigend. Het maakt een veelvoud aan investeringen van bedrijven mogelijk, waardoor de waterstofeconomie een stap vooruit komt. Het laat bedrijven ook zien: kijk het is menens, er gebéurt echt iets. Dat zorgt ervoor dat in de interne discussies bij bedrijven óók een volgende stap wordt gezet in verduurzaming.”

Terug naar nieuwsoverzicht